MOORDENAAR!

Je schopte en schreeuwde voor je leven, nadat de politie je vannacht om 02:13 uit je nest trok en in de cel smijtte.

En nu?

Nu jammer je de nieren uit je lijf, omdat je geen flauw idee hebt wat je fout hebt gedaan.

“Moordenaar? Ik?”, huil je in jezelf, terwijl je plaatsneemt op de beklaagdenbank.

Logisch:

Je zat gister gewoon rustig achter je laptop, schrijvend aan wat copy en content en andere marketing.

Maar toch zijn we nu, een dag later, hier:

In de rechtbank…

Tegenover een strenge rechter met de kop van een doorgefokte Engelse bulldog…

En een stem die je oren laat bloeden en je hart laat rillen…

Omdat je wordt beschuldigd van een beestachtig misdrijf dat het daglicht niet kan verdragen…

Of denk je dat ze deze poster voor Jan met de korte achternaam hebben opgehangen?

Hè?

Nou?

Jep, dat ben jij.

"Je hebt bloed aan je handen. En niet zo'n beetje ook", opent de rechter z'n veroordeling.

“Ik citeer een aantal ooggetuigen…

Ooggetuige nummer 1 vertelt ons hoe je met een giftige grijns en bloedlustige ogen alle conversiekracht wurgde uit je copywriting.

Weer een andere getuige meldt dat je bijna duivelachtig, met je toetsenbord nota bene, inhakte op alle woorden, zinnen en alinea’s die je de laatste tijd geschreven hebt…

En een laatste persoon getuigt dat je, God zegen zijn ziel, je je copy mensonterend behandelde door AI je vuile werk te laten doen…”

"OOOOOHHH!!!"

Het publiek slaat een kreet van verbazing, wanhoop en razernij tegelijkertijd zodra ze over deze gruwelijke details horen…

Je kijkt de man die naast je zit aan, zoekend naar een sprankje hoop.

Maar hij kijkt niet terug, en houdt z’n mond.

Dit was het dan.

Je einde is nabij.

“Bij deze veroordeel ik u tot de do-…”

"WACHT!"

De man naast je, je advocaat, niemand minder dan de legendarische Meester Robin Timmers, staat op.

Hij neemt het woord over.

“Edelachtbare … mijn cliënt valt niets te verwijten.

M’n cliënt is het zoveelste slachtoffer van iets wat iedereen die zelf schrijft ondergaat, van ondernemers tot marketeers en tekstschrijvers, en zelfs juristen en rechters, zoals u.

U weet precies waar ik het over heb, niet waar?

En u heeft … dit … ook vast een keer ervaren, neem ik aan?”

De rechter knikt bevestigend naar de charismatische advocaat.

“Dat dacht ik al”, zegt Mr. Timmers met een arrogante non-chalantheid.

“Want u weet net zo goed als ik dat mijn cliënt niet voor rede vatbaar was toen hij zijn copywriting naar het hiernamaals hielp.

En u weet net zo goed als ik dat we maar één ware dader aan kunnen wijzen…”